Geschiedenis
4500 Jaar geleden begon zich een strandwal te vormen en de zee trok zich terug. Door de allerheiligenvloed op 1 november 1170, verdween het veenpakket, ontstond de Starnmeer (vier meter onder N.A.P). en de Noordzee kwam tot de stadsmuur van Utrecht.
De heerlijkheid Marken Binnen was een eilandje met een haven in de Starnmeer die in 1643 werd drooggelegd. Tot die tijd waren het de walvisvaarders en beurtschippers die de vracht vervoerden van de (buiten)haven van Marken naar de haven van Markenbinnen. Daaraan heeft ze haar naam te danken. In 1658 werden de heerlijkheden Knollendam en Markenbinnen bijeen gevoegd als buurtschappen van de gemeente Uitgeest. In 1993 is Markenbinnen en het grootste deel van de Starnmeer bij Graft-De Rijp gevoegd.
Markenbinnen bleef een vredig dorp aan de Markervaart in de Starnmeer, met enkele boerderijen en voornamelijk landarbeiders. In de tijd van de aanleg van het fort, kon je vanuit de Schermer via een "Vlotbrug" over het Noordhollandskanaal in de polder komen. Verder lagen er bij Knollendam en bij Spijkerboor nog pontveren Verder waren en zijn er wat voetveren die men zelf naar de overkant moet trekken.
In 1874 werd de Vestingwet aangenomen. Dit was het startschot voor de aanleg van de Stelling van Amsterdam. Een 135 kilometer kringstelling waarin het Nederlandse leger zich zou terugtrekken als de andere verdedigingswerken in Nederland het niet zouden houden tegen de vijand. Alles was erop berekend dat het leger en de bevolking, een belegering van negen maanden zouden volhouden.
De verdediging bestond uit een netwerk van sluizen en waterwegen, om zo het land rond de stelling te inunderen met water. Nabij die spoorlijnen, wegen en bevaarbaar water die de liniedijk doorsneden kwamen 42 forten op strategische plaatsen, met bomvrije gebouwen en kanonnen om de vijand stoppen. De hoofdverdediging (inundatie) gebeurde veelal vanuit de forten.
Het gevaar voor de Stelling van Amsterdam bij Markenbinnen zat in "de Enge Stierop". Dit is de verbinding vanuit het Alkmaardermeer. Daardoor konden schepen binnen de Stelling komen. Verder kon licht geschut via de vlotbrug over de kade van de Markervaart komen.
Daarvoor werden er, behalve de vier zware kannonnen in kazematten aan de keelzijde met een bereik van 6 tot 8 kilometer, aan de frontkant twee hefkoepelgebouwen neergezet met geschut met een bereik van 2,5 tot 3 kilometer. Op die wijze kon men de Stierop, de Vlotbrug en de hele Middelweg verdedigen. Op een enkele latere aanpassing na is de Stelling in 1920 opgeleverd.
Na 1945 heeft de Stelling haar militaire functie verloren. De gigantische klus en mega-investering, waarvan schande werd gesproken in een tijd waarin armoe troef was en waarin geen schot is gelost, wordt verantwoord door de te zeggen dat hierdoor Nederland buiten de 1e wereldoorlog is gebleven.
De officiële bezetting in die tijd was 315 personen, 5 officieren en 12 onderofficieren. In de Genieloods was plaats voor 75 extra slaapplaatsen. De onderverdieping werd gebruikt voor verstrekken van voedsel, de slaapplaatsen zullen op de zolder geweest zijn. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 werd de Stelling van Amsterdam in staat van paraatheid gebracht. Klik op de afbeelding voor ware grootte »
Speciaal opgeleide geniesoldaten bereidden de inundaties voor en een deel van de soldaten werden ingekwartierd bij de bevolking. Na een eerste drukke maand brak voor de gemobiliseerde fortbezetting een tijd van afwachten aan. Wachten op een vijand die niet kwam. In november 1915 kon het merendeel van de soldaten naar huis. Slechts een paar forten, waaronder fort Marken Binnen, bleven bezet. De mobilisatie kwam men door met oefenen, wachtlopen en hopen op een verzetje. In de oogsttijd hielp men de boeren in de omgeving.
In de 2e Wereldoorlog had een handje vol Duitsers de opdracht zoveel mogelijk nikkelstaal uit de forten te halen en naar de heimat te brengen. Maar de weg vanaf het eilandje De Woude was een smal en vaak glibberig dijkje, bovendien stond de polder onder water. Het is dus gebleven bij het opblazen van de hefkoepelgebouwen en het meenemen van de pantserplaten en geschut.
Omdat in 1951 de militaire functie van het fort was verdwenen en in 1953 Nederland te maken had met de watersnood in Zeeland, heeft de Bescherming Bevolking (BB), met de Militaire Colonne als onderdeel van de Landmacht, het fort in gebruik genomen.
De Regionale brandweer Noord-Kennemerland (RBNK) was tussen 1985 en 2003 huurder van de opstallen op het terrein van Fort Markenbinnen. Zij exploiteerde aldaar, ten behoeve van het Samenwerkingsverband Noord-Kennemerland (SNK), een opleiding/trainingscentrum voor brandweer en bedrijfshulpverlening.
Min of meer gedwongen door de wetgeving "Markt en Overheid" is het bedrijfsonderdeel RBOC Fort Markenbinnen per 1 januari 2003 losgemaakt uit de organisatie van het SNK / RBNK. Vanaf dat moment is het bedrijf met dezelfde werkzaamheden en hetzelfde personeel zelfstandig verder gegaan als RBOC "Fort Markenbinnen" BV.
De in 2002 opgerichte Stichting RBOC "Fort Markenbinnen" is eigenaar van de BV. Het personeel heeft in meer en mindere mate geld ingebracht voor de oprichting en overname en heeft daardoor winstrecht.
4500 Jaar geleden begon zich een strandwal te vormen en de zee trok zich terug. Door de allerheiligenvloed op 1 november 1170, verdween het veenpakket, ontstond de Starnmeer (vier meter onder N.A.P). en de Noordzee kwam tot de stadsmuur van Utrecht. De heerlijkheid Marken Binnen was een eilandje met een haven in de Starnmeer die in 1643 werd drooggelegd. Tot die tijd waren het de walvisvaarders en beurtschippers die de vracht vervoerden van de (buiten)haven van Marken naar de haven van Markenbinnen. Daaraan heeft ze haar naam te danken. In 1658 werden de heerlijkheden Knollendam en Markenbinnen bijeen gevoegd als buurtschappen van de gemeente Uitgeest. In 1993 is Markenbinnen en het grootste deel van de Starnmeer bij Graft-De Rijp gevoegd.
Markenbinnen bleef een vredig dorp aan de Markervaart in de Starnmeer, met enkele boerderijen en voornamelijk landarbeiders. In de tijd van de aanleg van het fort, kon je vanuit de Schermer via een "Vlotbrug" over het Noordhollandskanaal in de polder komen. Verder lagen er bij Knollendam en bij Spijkerboor nog pontveren Verder waren en zijn er wat voetveren die men zelf naar de overkant moet trekken.
In 1874 werd de Vestingwet aangenomen. Dit was het startschot voor de aanleg van de Stelling van Amsterdam. Een 135 kilometer kringstelling waarin het Nederlandse leger zich zou terugtrekken als de andere verdedigingswerken in Nederland het niet zouden houden tegen de vijand. Alles was erop berekend dat het leger en de bevolking, een belegering van negen maanden zouden volhouden. De verdediging bestond uit een netwerk van sluizen en waterwegen, om zo het land rond de stelling te inunderen met water. Nabij die spoorlijnen, wegen en bevaarbaar water die de liniedijk doorsneden kwamen 42 forten op strategische plaatsen, met bomvrije gebouwen en kanonnen om de vijand stoppen. De hoofdverdediging (inundatie) gebeurde veelal vanuit de forten.
Het gevaar voor de Stelling van Amsterdam bij Markenbinnen zat in "de Enge Stierop". Dit is de verbinding vanuit het Alkmaardermeer. Daardoor konden schepen binnen de Stelling komen. Verder kon licht geschut via de vlotbrug over de kade van de Markervaart komen.
Daarvoor werden er, behalve de vier zware kannonnen in kazematten aan de keelzijde met een bereik van 6 tot 8 kilometer, aan de frontkant twee hefkoepelgebouwen neergezet met geschut met een bereik van 2,5 tot 3 kilometer. Op die wijze kon men de Stierop, de Vlotbrug en de hele Middelweg verdedigen. Op een enkele latere aanpassing na is de Stelling in 1920 opgeleverd.
Na 1945 heeft de Stelling haar militaire functie verloren. De gigantische klus en mega-investering, waarvan schande werd gesproken in een tijd waarin armoe troef was en waarin geen schot is gelost, wordt verantwoord door de te zeggen dat hierdoor Nederland buiten de 1e wereldoorlog is gebleven. De officiële bezetting in die tijd was 315 personen, 5 officieren en 12 onderofficieren. In de Genieloods was plaats voor 75 extra slaapplaatsen. De onderverdieping werd gebruikt voor verstrekken van voedsel, de slaapplaatsen zullen op de zolder geweest zijn. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 werd de Stelling van Amsterdam in staat van paraatheid gebracht. Klik op de afbeelding voor ware grootte »
Speciaal opgeleide geniesoldaten bereidden de inundaties voor en een deel van de soldaten werden ingekwartierd bij de bevolking. Na een eerste drukke maand brak voor de gemobiliseerde fortbezetting een tijd van afwachten aan. Wachten op een vijand die niet kwam. In november 1915 kon het merendeel van de soldaten naar huis. Slechts een paar forten, waaronder fort Marken Binnen, bleven bezet. De mobilisatie kwam men door met oefenen, wachtlopen en hopen op een verzetje. In de oogsttijd hielp men de boeren in de omgeving.
In de 2e Wereldoorlog had een handje vol Duitsers de opdracht zoveel mogelijk nikkelstaal uit de forten te halen en naar de heimat te brengen. Maar de weg vanaf het eilandje De Woude was een smal en vaak glibberig dijkje, bovendien stond de polder onder water. Het is dus gebleven bij het opblazen van de hefkoepelgebouwen en het meenemen van de pantserplaten en geschut.
Omdat in 1951 de militaire functie van het fort was verdwenen en in 1953 Nederland te maken had met de watersnood in Zeeland, heeft de Bescherming Bevolking (BB), met de Militaire Colonne als onderdeel van de Landmacht, het fort in gebruik genomen. De Regionale brandweer Noord-Kennemerland (RBNK) was tussen 1985 en 2003 huurder van de opstallen op het terrein van Fort Markenbinnen. Zij exploiteerde aldaar, ten behoeve van het Samenwerkingsverband Noord-Kennemerland (SNK), een opleiding/trainingscentrum voor brandweer en bedrijfshulpverlening.
Min of meer gedwongen door de wetgeving "Markt en Overheid" is het bedrijfsonderdeel RBOC Fort Markenbinnen per 1 januari 2003 losgemaakt uit de organisatie van het SNK / RBNK. Vanaf dat moment is het bedrijf met dezelfde werkzaamheden en hetzelfde personeel zelfstandig verder gegaan als RBOC "Fort Markenbinnen" BV.
De in 2002 opgerichte Stichting RBOC "Fort Markenbinnen" is eigenaar van de BV. Het personeel heeft in meer en mindere mate geld ingebracht voor de oprichting en overname en heeft daardoor winstrecht.
missie
bedrijfshulpverlening